Mijn vorige blog eindigde met de depressie van Henk. Op veel websites met informatie over CVA lees je dat sombere buien kenmerkend zijn voor niet aangeboren hersenletsel. Ook een depressie komt vaak voor. Cijfers hierover variëren echter nogal. En hoewel ik Henk regelmatig op sombere, en soms zelfs ronduit depressieve, buien kon betrappen, was ik er toch lang van overtuigd dat een depressie zijn deur voorbij zou gaan. Henk kon immers ook opgewekt en vrolijk zijn (hoewel hij achteraf bezien misschien eerder opgewekt en vrolijk deed). Hij was goed bezig, werkte zo hard aan zijn herstel en we gingen zelfs onze Franse droom proberen waar te maken. En ok, er waren die eerder genoemde donkere buien en er waren periodes dat hij heel somber, angstig en verdrietig was. En hij kon zich inderdaad over heel veel dingen druk maken, kon onoverkomelijke beren en problemen op zijn pad zien en hij was een meester in het piekeren geworden. Maar toch….. Heb ik (te?) lang gedacht dat dit “normaal” was in die wondere wereld van NAH.
Een aantal dingen zag ik namelijk ook in mijzelf terug. Eén van mijn sterkste herinneringen aan 3 december 2016 is immers de intense angst dat ik Henk zou gaan verliezen. Het is een angst die ik sindsdien dagelijks in een vakje van mijn hart met mij mee draag, die meestal ergens op de achtergrond zweeft, maar die ook ineens weer heel fel op kan laaien. Het is een angst die mij ’s nachts nog steeds wakker kan doen schrikken. Het is een angst die er voor zorgt dat ik als een havik over Henk waak, beducht op ieder afwijkend zuchtje, steuntje en kreuntje.
Waar ik de angst om Henk te verliezen nooit meer kwijt geraakt ben, blijft bij Henk altijd de angst om nooit meer 100% de oude te worden. Hij is bang dat zijn arm en hand niet verder zullen herstellen, bang dat hij de rest van zijn leven zal blijven stuntelen, bang dat hij niet meer de dingen zal kunnen doen waar hij altijd zo blij van werd. Hij is bang dat zijn lichaam altijd pijn zal blijven doen, dat hij nooit meer iets zal kunnen voelen met zijn linker hand, dat hij altijd een verhoogde spierspanning in zijn arm en been zal blijven houden, en dat ook al die andere lichamelijke ongemakken nooit meer zullen verdwijnen. Hij is bang dat de niet zichtbare gevolgen van zijn NAH altijd een stempel op zijn leven zullen blijven drukken, bang dat hij nooit meer gewoon blij en gelukkig zal kunnen zijn en hij zich nooit meer gewoon “goed” zal kunnen voelen. Dit zijn angsten die niet meer zullen verdwijnen, zelfs al bewijst de praktijk dat er ook na 2 jaar nog steeds herstel zichtbaar blijft.
In de loop der maanden is Henk door alle negatieve emoties en gedachten steeds een beetje somberder geworden. Dit was zo’n geleidelijk proces dat het mij in het begin niet eens opgevallen was. Dat veranderde echter toen we een paar weken in Frankrijk waren. In de omgeving die normaal zo heilzaam was, bleek pas echt hoe zwaar het leven voor Henk geworden was. Zo zwaar zelfs dat Henk openlijk aan de zin van het leven begon te twijfelen. Het leek wel alsof de teleurstelling dat Frankrijk geen miraculeus medicijn tegen alle klachten was, samen met de emoties die nou eenmaal bij een verhuizing en een totaal nieuw leven horen, een versnelling van zijn negatieve spiraal brachten.
Omdat Henk in Nederland ook al onder sombere buien gebukt kon gaan, heeft hij tot 2x toe behandeling bij een psycholoog gezocht. Helaas heeft dit pad hem beide keren niet gebracht waar hij naar op zoek was. Hij vond bij beiden niet de klik en trof er niet de behandeling die hij nodig had. In de tussentijd was hij in overleg met onze huisarts in Barendrecht gestart met antidepressiva, die hem ogenschijnlijk wat rust brachten. En omdat sabbatical en verhuizing inmiddels ook in rap tempo dichterbij kwamen, hebben we geen vervolg traject gezocht en al onze aandacht op onze toekomstplannen gericht. Bovendien waren we in de tussentijd gestart met Mindfulness, waar Henk veel baat bij leek te hebben. Eenmaal in Frankrijk bleek dit allemaal helaas toch niet afdoende te zijn.
In overleg met onze Franse huisarts is Henk half september overgestapt op andere antidepressiva. Op dag 2 kreeg hij last van bijna alle bijwerkingen die in de bijsluiter genoemd werden. Bijwerkingen die hem nog zieker maakten dan hij al was. Maar die ons ook de hoop gaven dat ze hem zouden kunnen gaan helpen om tussen de donderwolken door af en toe een zonnetje te zien schijnen. Dat ze hem zijn energie en de zin om dingen te ondernemen terug zouden kunnen geven. Dat ze hem zouden kunnen gaan helpen om meer plezier in het leven te krijgen. Dat ze hem zouden kunnen gaan helpen om ook de mooie dingen in zijn leven weer te gaan zien. Al die vervelende bijwerkingen toonden immers aan dat zijn lichaam reageerde.
Er is mijn ogen naast NAH nog zo veel moois in zijn leven om trots op te zijn, om blij van te worden, om gelukkig mee te zijn. Als ik naar Henk kijk, zie ik een man die van geen opgeven weet, die ongelooflijk veel bereikt heeft en die alle reden heeft om daar enorm trots op te zijn. Henk daarentegen ziet alleen de dingen hij nog niet kan en voelt 24 uur per dag de angst dat dit nooit meer zal verbeteren. Ik zie een man die nog steeds tot bijzondere dingen in staat is. Maar Henk ziet zichzelf alleen maar stuntelen. Ik zie een man met kwaliteiten, een man die mij aanvult, een man die mij ontzettend gelukkig maakt, een man ook die ik heel hard nodig heb. Henk daarentegen ziet een man die nutteloos is en niet meer voor mij kan zorgen. Ik zie een man van wie ik met heel mijn hart houd. Henk ziet iemand die mijn liefde niet echt meer waard is.
Het precieze verband tussen depressie en een CVA is voor de heren medici nog steeds niet helemaal duidelijk. Aan de ene kant speelt mee dat het vaak moeilijk is om te moeten leven met de gevolgen van het CVA. Aan de andere kant heeft het herseninfarct (of de hersenbloeding) zelf ook een directe impact op de hersenen. De depressie is hierdoor ook een rechtstreeks gevolgd van de schade die aan de hersenen is ontstaan. Ook bij Henk zullen de littekens van zijn herseninfarct zeker bijgedragen hebben aan het ontstaand van zijn depressie. Tegelijkertijd vormen zijn angsten voor de toekomst en het nog te verwachten verdere herstel de voedingsbodem waarop zijn depressie groeit en bloeit. “Als mijn lichaam het nou maar gaat doen, El, dan komt de rest vanzelf wel” is inmiddels bij ons thuis bijna een gevleugelde uitspraak geworden.
Inmiddels ligt de wisseling van antidepressiva ruim 2 maanden achter ons. Maanden waarin we meerdere keren de bodem van de put bereikt hebben. Maar ook maanden waarin de antidepressiva – in mijn ogen althans – hun nut en werking zijn gaan bewijzen. De downs worden nu af en toe afgewisseld met hele kleine ups. Henk krijgt weer wat meer energie, heeft vaker zin om dingen te ondernemen, neemt meer initiatief, gaat vaker zien dat iets “mooi” of “fijn” is, en krijgt steeds meer oog voor de wereld om zich heen. De betere momenten blijven broos en fragiel, maar krijgen gelukkig steeds meer de overhand. Henk is duidelijk bezig om het donkere monster van depressiviteit stapje voor stapje te overwinnen. Een overwinning die de weg opent om in 2019 ‘echt’ van start te gaan met ons bedrijf en samen een mooie toekomst hier in Frankrijk op te bouwen.
Goed verwoord! Succes beiden/
Lieve mensen. Ik begrijp jullie gevoelens. We vonden het fijn om afgelopen dinsdag even thee te komen drinken en bij te praten. Maar we zien ook de vorderingen. Ga zo door. liefs, Jan