
Weer loop ik op 3 december al nagelbijtend en ijsberend door het Erasmus MC in Rotterdam. Draaide het 8 jaar geleden om Henk, dit keer gaat het over mijzelf.
3 december 2016, ik vergeet het nooit meer. Na een rit met de ambulance met 100km per uur dwars door Rotterdam werden Henk en ik op de Spoedeisende hulp van het EMC afgeleverd. Het dossier uit het Maasstad Ziekenhuis lag al klaar en Henk werd met enorme spoed naar de afdeling radiologie gebracht. Ik kon hem nog net een kus geven en toen namen ze hem al mee voor een trombectomie om de bloedprop via zijn lies uit zijn hersenen te verwijderen. Ik kon niet stoppen met bibberen en ijsberen. Het ene na het andere doemscenario schoot door mijn hoofd. Ondertussen bleef ik dat ene zinnetje als een mantra herhalen “blijf bij me, ga niet dood”.
Toen de arts, na wat een eeuwigheid leek, kwam vertellen dat de ingreep goed was gegaan, kon ik hem wel om zijn nek vliegen van dankbaarheid. Mijn lichaam weigerde echter in beweging te komen, volledig verkrampt door angst en stress.
Henk werd inmiddels naar de afdeling neurologie gebracht, waar ik hem al snel mocht bezoeken. Ik wist niet wat ik moest verwachten, maar achteraf realiseerde ik me dat ik me in gedachten een beeld had gevormd dat ver, heel ver, van de werkelijkheid lag. In al mijn onschuld (en toch ook wel tegen beter weten in) had ik verwacht Henk vrolijk rechtop in een bed aan te treffen. Ik ontmoette echter iemand die uiterlijk enorm op Henk leek, maar die nog steeds half verlamd was en die zich totaal niet als Henk gedroeg. Op dat moment realiseerde ik me dat dit niet zomaar over zou gaan en dat er een lange, onbekende, weg voor ons lag. Gelukkig wist ik toen niet hoe lang en hoe zwaar de weg zou zijn. Dat leerde ik gaandeweg, al struikelend, vallend en weer opstaand.
Nu, in 2024, ben ik op 3 december weer in het EMC. Dit keer voor mijzelf. Vier jaar geleden is bij mij een liposarcoom, een kwaadaardige tumor van de weke delen, uit mijn borstspier verwijderd. Sindsdien ben ik bijna “kind aan huis” op de afdelingen radiologie en oncologische chirurgie. Meerdere keren per jaar mag ik me hier melden voor controle. Zo ook op 3 december. Een datum die altijd toch al zo beladen is.
Om 9 uur mocht ik mij melden op de afdeling radiologie. Eerst voor de gebruikelijke longfoto’s (controle op eventuele uitzaaiingen) en aansluitend voor de jaarlijkse mammografie. Mijn tumor was weliswaar geen borstkanker, maar heeft zich wel in die regio ontwikkeld. En met een familiaire belasting op borstkanker gecombineerd met zeer dicht borstweefsel, heeft het EMC een mammografie aan mijn controle-rondje toegevoegd. Het voelt als een soort van one-stop-shop, wel zo fijn, en het scheelt mij een bezoek aan een ander ziekenhuis.
Na de foto’s begon het wachten, ijsberen en nagelbijten. Tot de afspraak met mijn oncoloog voor de uitslag van de foto’s en het lichamelijke onderzoek moest ik ongeveer 1,5 uur overbruggen. Al mijn angsten van na de diagnose in 2020 kwamen volop terug. En ik herhaalde mijn mantra van toen “laat mij bij Henk blijven, hij kan niet zonder mij”. Aangevuld met “laten de foto’s ook dit keer geen bijzonderheden of afwijkingen laten zien.”
Gelukkig was ook dit keer alles goed, een pak van mijn hart! Geen afwijkingen te zien, geen bijzonderheden te melden. Net als alle keren hiervoor heb ik me ook voor deze dag onnodig zorgen lopen maken. Volgend jaar wordt jaar 5 na de operatie en treedt de volgende stap in het protocol in werking. Ik heb dan nog maar 1x controle per jaar. En daar…. ben ik wat nerveus over (loslaten van controle voelt namelijk “eng”) en tegelijk ook heel blij mee.
Lieve Ellen.
weer onder de indruk van wat je schreef.
Hou goede moed én de zonzijde.
L