Werk en mantelzorg

Waar werk en privé op meerdere vlakken samenkomen

Ik heb al veel te lang geen blog meer geschreven. Niet omdat er niets te vertellen valt, maar omdat onderwerpen, woorden en zinnen zo over elkaar heen aan het buitelen waren, dat ik er geen chocola van kon maken. Laat staan een leesbare blog. Hoogste tijd dus om de woorden in mijn hoofd te ordenen en het schrijven weer op te pakken. Te beginnen met een onderwerp waar privé en zakelijk voor mij samenkomen – namelijk werk en mantelzorg.

Is het jullie ook opgevallen hoe vaak mantelzorg tegenwoordig in het nieuws is? Kranten, tijdschriften, sociale media, het lijkt alsof iedereen door elkaar heen praat om maar ‘iets’ over mantelzorg te kunnen melden. Van berichten over zorgorganisaties die er alles aan doen om van mantelzorg planbare zorg te maken om gaten in roosters te vullen. Of over zorgorganisaties die een heuse mantelzorg academie in het even roepen, waar mantelzorgers kunnen leren om steeds meer (medische) handelingen uit te voeren. Of wat te denken van de vacature voor een mantelzorgcoördinator bij weer een andere zorgorganisatie. Hoezo mantelzorg uit liefde? We stevenen keihard af op een samenleving waarin mantelzorg simpelweg een onbetaalde ingeroosterde verplichting wordt en ‘nee’ zeggen niet langer een optie is.

Het voelt bijna als een logisch gevolg dat berichten over overbelaste mantelzorgers en over mantelzorg en werk de laatste weken ook bijna dagelijkse kost lijken. Zelfs FNV roert zich in de discussie en noemt mantelzorg het duizenddingendoekje voor falend zorgbeleid. Ze schrijven over een grootschalig onderzoek onder 2.000 mantelzorgers. Dat klinkt als een behoorlijke groep, tot je je beseft dat dit het topje van de mantelzorg-ijsberg is. Die 2.000 mantelzorgers vertegenwoordigen namelijk slechts een marginale 0,11% van het totaal aantal werkende mantelzorgers in Nederland.

Bijna iedereen lijkt voor de oplossing met het toverstokje naar de werkgever te wijzen. Er ‘moet’ betaald mantelzorgverlof komen, flexibiliteit in taken, roosters en werktijden, en werk moet om de mantelzorg heen gepland kunnen worden. En iedere zichzelf respecterende HR professional ‘moet’ dit jaar aan de slag met mantelzorgbeleid, liefst met hulp van één van de vele op mantelzorggerichte bedrijven die als paddenstoelen uit de grond blijven schieten.

Ik heb al die berichten van de laatste tijd op me in laten werken en heb geprobeerd de vertaalslag te maken naar mijn eigen situatie, zowel privé als mantelzorger, als professioneel als HR Manager. En hoe vaak ik ook lees en denk, hoe ik ook puzzel, ik eindig in gedachten steeds opnieuw met klok en klepel die niet bij elkaar blijken te passen.

Natuurlijk ben ook ik het eens met de rode draad van de berichten die ik lees. De rek is er bij mantelzorgers al lang en breed uit. We kunnen als samenleving niet onbeperkt doorgaan met het inzetten van mantelzorg als onbetaald alternatief voor tekorten en bezuinigingen in de zorg. Mantelzorg was ooit synoniem voor zorg voor naasten uit liefde en betrokkenheid, maar is inmiddels voor velen al heel lang geen vrijblijvende keuze meer.

Waar ik echter bijna nooit iets over lees, is de, wat ik noem, mantelzorgcirkel. In veel situaties begint mantelzorg met iets kleins en wordt het gaandeweg een steeds groter rupsje-nooit-genoeg. En dat vele jaren lang. Vandaar de mantelzorgcirkel; geen echt begin, geen einde, en het gaat zonder pauze door. Daar zit voor mij als HR vakvrouw de grootste uitdaging van mantelzorg in relatie tot werk. Mantelzorg is niet iets wat je met bijvoorbeeld 2 weken betaald mantelzorgverlof oplost. Dat haalt hooguit even de druk van de ketel, maar meer ook niet. En moet het mantelzorgverlof dan een eenmalig iets zijn, of kan er na 12 maanden opnieuw betaald mantelzorgverlof opgenomen worden? Kies je als werkgever voor algemeen beleid, met in beton gegoten regelingen, die voorschrijven zo doen we het en anders niet? Of kies je voor maatwerk?

In de media wordt een beeld geschetst van een generieke mantelzorger, die met één druk op de HR-beleid-knop geholpen kan worden. Niets is echter minder waar. Dé mantelzorger bestaat niet. Mantelzorgers zijn net zo verschillend als jij en ik. Ze hebben allemaal hun eigen dromen, wensen, uitdagingen en draagkracht. Reden waarom ik als HR vakvrouw niet sta te springen om mantelzorgbeleid voor mijn organisatie op te stellen.

Waar ik wel in geloof? In lotgenotencontact en in een mantelzorgvriendelijke cultuur waarin praten over mantelzorg net zo gewoon is als praten over ouderschap, hobby’s, vakantieplannen of sporten. Niet omdat het moet, wel omdat het kan. Een cultuur waarin mantelzorg geen consequenties heeft voor je loopbaan, je functioneren of toekomstige carrièrekansen. Waarin werkgever en werknemer samen kijken naar wat er nodig is om werk en mantelzorg op een gezonde manier te kunnen blijven combineren. Een eerlijk gesprek over draaglast en draagkracht, verwachtingen en (on)mogelijkheden, zonder te rekenen op een werkgever die voor alles een oplossing heeft.

Het hebben van een mantelzorgvriendelijke cultuur wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. Niet alleen voor de mantelzorger, maar ook voor werkgevers en mijn HR vakgenoten. Mantelzorg is immers blijvend verankerd in onze samenleving. De druk op mantelzorg zal de komende jaren alleen maar verder toenemen. Zelfs in het coalitieakkoord wordt mantelzorg als een vanzelfsprekendheid genoemd. Ik lees bijvoorbeeld “een zorgzame samenleving kan niet zonder de onbetaalbare inzet van vrijwilligers en mantelzorgers” en “Mantelzorgers zijn onmisbaar in een samenleving waarin we naar elkaar omkijken en voor de continuïteit en kwaliteit van zorg“.

Hoe ik zelf (fulltime) werk en mantelzorg al 9 jaar combineer? De eerste jaren lukte het maar net om mijn hoofd boven water te houden. Henk had veel aandacht nodig, ook als ik aan het werk was. Meerdere telefoontjes per uur waren eerder regel dan uitzondering. Ik moest wennen aan de nieuwe situatie en mijn gewijzigde rol in onze relatie. Ik was alleen maar aan het rennen en vliegen, was daardoor moe, kreeg een kort lontje, en liep op mijn tenen. Inmiddels gaat het gelukkig beter, met mij en met Henk. Dat ging niet vanzelf, maar met vallen, opstaan en door keuzes te maken.

Mantelzorg blijft, ook ik ben zo’n ‘duizenddingendoekje’ waar FNV over spreekt. Wel ligt het zwaartepunt tegenwoordig meer op het doen en regelen van praktische dingen, geruststellen en het beantwoorden van Henk’s vele vragen. De vele paniektelefoontjes behoren tot het verleden, waardoor ik meer rust en focus ervaar tijdens een werkdag. Ik sta nog steeds altijd “aan”, maar er is meer ruimte voor de dingen die mij energie geven. Verder heb ik het geluk dat mijn werktijden binnen grenzen flexibel zijn en ik als het echt moet ook een dagje thuis kan werken. Nog steeds gaat het echt niet altijd vanzelf en voel ik soms dat de rek er bijna uit is. Gelukkig weet ik inmiddels hoe ik op die momenten snel weer in balans kan komen.

Plaats een reactie