Ritme, rust en regelmaat

DSC_2268Bijna iedereen die wel eens een blik op de wondere wereld van NAH heeft geworpen, weet hoe belangrijk de 3 R-en van Ritme, Rust en Regelmaat zijn. Ook ik leerde al snel om deze 3 R-en in ere te houden. Zonder ritme geen regelmaat, zonder regelmaat geen structuur, zonder structuur geen rust en zonder rust…. ontstaat er chaos in het hoofd van Henk. 

Ons plan van een sabbatical klonk vooraf – op papier –zo goed en zo weldoordacht, maar blijkt in de praktijk een flinke streep door de 3 R-en te trekken. En dat begon al in de weken van voorbereiding waarin ons huis steeds meer ontmanteld raakte, en Henk’s ritme steeds meer doorbroken werd. Rust, ritme en regelmaat waren hierdoor soms ver te zoeken. Dat kwam ook doordat ik had bedacht dat we voor onze sabbatical zouden gaan “ontspullen”, dat we afscheid zouden nemen van veel van de (in mijn ogen onnodige) ballast die we in de loop der jaren verzameld hadden. Dus in plaats van te rusten, maakte Henk samen met mij ritje na ritje naar de lokale milieustraat. Zolder en garage ruimden zo inderdaad lekker op. En ook in mijn hoofd ontstond steeds meer ruimte. Bij Henk werkte dat echter toch een beetje anders. Ieder ritje met een volgeladen auto was voor hem vooral een afscheid van dat wat ooit geweest was. En ieder afscheid benadrukte het verdriet om het verlies dat hij dagelijks ervaart.

Het ritme en de regelmaat werden in die laatste weken voor ons vertrek ook op een andere manier verstoord. Na een dag sjouwen met spullen, hadden we immers lang niet altijd meer zin (of energie) om ’s avonds nog naar de sportschool te gaan. Ook dat betekende een streep door het vertrouwde ritme, een verstoring van de opgebouwde regelmaat. Bovendien moest Henk afscheid gaan nemen van zijn vrijwilligerswerk bij De Zorgnijverij en bij Wiveco, waardoor er weer een stukje ritme en regelmaat verdween.

Inmiddels zijn we al 2,5 maand in ons Franse huis. De dagen rijgen zich aaneen en de weken vliegen ook hier met schrikbarende snelheid voorbij. Maar rust, ritme en regelmaat lijken hun weg naar het Franse platteland nog lang niet gevonden te hebben. Of misschien zijn ze, zoals wij dat ook zo vaak nog zijn, onderweg verdwaald in die wondere wereld van NAH.  En waar ik voorheen zo goed in staat was om de 3 R-en met verve te bewaken, merk ik dat ik nu juist op dat vlak tekort ben gaan schieten. Onze sabbatical – of proef-emigratie of hoe je het ook noemen wilt – raakt mij meer dan ik vooraf had bedacht. We gingen immers naar ons eigen huis, naar een vertrouwde omgeving waar we al 6,5 jaar komen, waar een warm sociaal netwerk op ons wachtte. En toch…. Is het vreemd, onwennig, en anders nu we hier niet voor een weekje vakantie zijn. Het brengt een nieuwe rollercoaster aan emoties, waardoor mijn automatische piloot wat ontregeld is geraakt en ik onderweg mijn eigen ritme en regelmaat een beetje ben kwijt geraakt.

Het is me nog niet gelukt om in ons Franse leven een nieuw ritme en een nieuwe regelmaat voor mijzelf te vinden.  Laat staan dat ik voor Henk een nieuw ritme en een nieuwe regelmaat kan creëren.   Ik ben niet alleen voor mijzelf nog te veel  zoekende, maar merk ook dat lijf en hoofd, na 1,5 jaar actiemodus, nu in een soort van vakantiemodus zijn blijven hangen. En juist op vakantie worden de teugels van ritme en regelmaat vaak een beetje gevierd. Een dubbele ‘handicap’ dus.

Hoewel ritme en regelmaat dus nog ver te zoeken zijn, zijn we er gelukkig wel in geslaagd om de laatste “R” wat beter in ere te houden. Letterlijk dan, want het uurtje rusten na de lunch is voor Henk al vrij snel een nieuw automatisme is geworden. Figuurlijk zijn we nog niet zo ver en zit ons hoofd nog te vol met onrust.

Ik heb mijzelf voorgenomen om er voor te zorgen dat ook het ritme en de regelmaat weer terug gaan keren in ons leven. Niet omdat dit “moet” maar omdat wij er allebei simpelweg beter op gedijen. Ik denk er zelfs over om het notitieboekje waarin ik iedere zondagavond trouw voor Henk het weekschema schreef toch maar weer tevoorschijn te toveren.

Het monster van overprikkeling

DSC_2064Waar Henk graag de spotlights zoekt, het prettig vindt om in het middelpunt van de belangstelling te staan, leef ik mijn leven het liefst een beetje in de achterhoede, in de luwte. Waar Henk praat, luister ik. Waar Henk alle ogen op zich gericht weet, kijk, zie en observeer ik liever.

Henk had nooit moeite met alle prikkels die altijd en overal om ons heen zijn en die voor mij vaak heel vermoeiend konden zijn. Geluiden, beelden, geuren, indrukken, emoties, smaken, sensaties, er is geen ontkomen aan. Onze hersenen hebben het er maar druk mee, met het analyseren en verwerken van al die prikkels, die vaak ook nog in bosjes tegelijk komen.

Een omgeving met veel mensen, een setting met nieuwe gezichten, ik vind het leuk, zoek het graag op en geniet er iedere keer met volle teugen van. Maar de keerzijde is dat ik er ook altijd even van moet bijkomen, thuis eerst even mijn hoofd leeg moet maken. Al die prikkels, al die (on)uitgesproken signalen en (vaak verborgen) emoties van anderen moeten verwerkt worden en een plekje krijgen. Ik weet dan ook niet beter dan dat mijn hoofd bij tijd en wijle rust moet krijgen. Dat ik even de stilte op moet zoeken en ik geen geluid om me heen wil. Daarom geniet ik zo van ons plekje op het Franse platteland. En daarom ben ik zo graag op dat plekje in de luwte te vinden, waar het aantal prikkels behapbaar blijft.

Toen NAH in ons leven kwam, bleek Henk ineens gevoeliger voor prikkels te zijn dan ik ooit geweest ben. Prikkels en indrukken van buitenaf (zoals geluiden, drukte, gesprekken, reacties van andere mensen), en vaak zelfs ook “gewoon” van zijn eigen non-stop gedachten, kunnen leiden tot overstimulatie en daarmee tot overprikkeling. Deze overprikkeling leidt – meestal de volgende dag – tot extreme vermoeidheid, en dit leidt vervolgens weer tot frustratie, onmacht en verdriet. Moeilijk voor Henk, maar voor mij minstens zo moeilijk om hem zo verdrietig en met zichzelf in de knoop te zien. Ik zou het dan weg willen aaien, maar kan op die momenten maar zo bar weinig voor hem doen.

Hoewel ik inmiddels de interne en externe factoren die kunnen leiden tot overprikkeling aardig heb leren kennen, blijft het lastig om het “tot hier en niet verder” moment te bepalen. Henk’s hoofd zit 24 uur per dag, non-stop, gevuld met een onuitputtelijke stroom van gedachten en “wat als scenario’s”. Als hij niet piekert over wat hij wil gaan doen, denkt hij wel na over wat hij moet gaan doen, of over wat hij graag zou willen doen, maar op dit moment nog niet kan doen. En bij dit alles blijft hij vooral malen over alles wat er mis kan gaan, verzint hij hier ter plekke meerdere oplossingen voor en bedenkt hij na scenario A ook nog een scenario B, C en D. En alsof dit niet al genoeg prikkels geeft, heeft Henk ook nog een gevoelsstoornis aan de linkerkant van zijn lichaam. Zijn been slaapt bijvoorbeeld de hele tijd, zijn hand doet vaak pijn, hij heeft een verhoogde spierspanning in zijn arm, been, hand en voet, en kan nog steeds last hebben van aanraakpijnen. Al deze interne prikkels bij elkaar kunnen op een slechte dag tot overprikkeling en oververmoeidheid leiden. Helaas hebben we het recept voor wat een dag tot een slechte dag maakt, of wat de druppel is die leidt tot overprikkeling, nog niet van a tot z kunnen uitdokteren. Hoewel ik gelukkig wel steeds beter in staat ben om de signalen te lezen en net op tijd aan de bel te trekken. Met een massage en een mindfulness meditatie lukt het mij dan meestal om net op tijd wat rust in de chaos aan te brengen.

Ook externe factoren kunnen tot overprikkeling leiden en deze zijn helaas minder makkelijk te beïnvloeden. Bovendien hebben we ook hier het recept voor overstimulatie nog niet helemaal uitgeplozen. De ene keer kan een alledaagse activiteit net de beruchte druppel zijn. Terwijl Henk een andere keer nergens last van heeft. Gelukkig leer ik ook hier gaandeweg steeds beter de voorspellende signalen te lezen en te herkennen.

Als we samen zijn en bijvoorbeeld op een brocante of in een winkel lopen, dan merk ik het doordat Henk steeds ongeduriger wordt, rond gaat drentelen, en sneller of juist veel langzamer gaat lopen. Alsof hij er genoeg van heeft en op zoek is naar de snelste en meest rechte lijn naar de uitgang. Inmiddels weet ik dat op dat moment de vermoeidheid toe begint te slaan. En dat het tijd is om de auto op te gaan zoeken en naar huis te gaan.

Als we op visite zijn of zelf visite hebben, zie ik het vaak doordat Henk stiller wordt, zich een beetje afzijdig houdt. Praten wordt moeilijker, hij krijgt last van zijn maag en zijn darmen, en voelt soms de kracht uit zijn lichaam stromen, waardoor hij dan letterlijk niet goed meer op zijn benen kan blijven staan. De chaos in zijn hoofd lijkt op die momenten compleet te zijn en het enige dat dan nog helpt is totale rust, veel slapen, veel geruststelling, en veel aandacht van mij. En omdat de interne prikkels intussen vrolijk hun overuren blijven draaien, duurt het vaak een dag, en soms zelfs 2, om bij te komen en te herstellen.

Hoewel al die prikkels dus zorgen voor file in Henk’s hoofd, is het gelukkig niet zo extreem dat alledaagse dingen niet meer mogelijk zijn. Zolang we maar rekening houden met voldoende tijd en ruimte om al die prikkels te verwerken, is veel – of eigenlijk bijna alles – mogelijk. En dus kunnen we blijven genieten van samen lunchen, een brocante bezoeken, winkelen, naar een concert gaan, op visite gaan of visite krijgen. En dus kunnen we samen klussen, kan het gras gemaaid worden, het hout gehakt en kunnen we samen een bedrijf starten. Maar alles met mate. Niet te vaak en niet te veel achter elkaar. En met voldoende structuur, vaste rustmomenten, voldoende nachtrust, en soms gewoon even een dagje helemaal “niks”.

Het roer om – vervolg

roer omIn mijn vorige blog nam ik jullie mee in ons besluit om naar Frankrijk te vertrekken. Ik schreef over mijn omscholing tot rouw- en verliescoach en mijn plannen om na de zomer een online praktijk op te zetten. Ik begin hiervoor inmiddels aardig thuis te raken in de Franse equivalenten van de Nederlandse eenmanszaak en ook de studieboeken blijven niet onaangeroerd. Deze zomer nemen we echter eerst bewust de tijd om te acclimatiseren, te landen in ons Franse leven. Ook gunnen we onszelf deze eerste weken de tijd om op te laden, om toerist te spelen en om nieuwe energie op te doen.

Dat neemt niet weg dat ook het uitwerken van de business plannen voor onze conciergerie en voor mijn praktijk als rouw- en verliescoach in mijn hoofd bijna non-stop door gaat. Het geeft veel nieuwe energie om met iets compleet anders bezig te zijn. Het zorgt er tegelijkertijd voor dat ik weinig kans krijg om Nederland of mijn vroegere HR werkzaamheden te missen.

Volgens de Franse cijfers is Frankrijk met ruim 3 miljoen tweede huizen koploper in Europa. Ook in onze regio zijn er veel 2e huizen, van Fransen, maar ook van Nederlanders, Engelsen en Belgen. En er komen er steeds meer bij. Ook zijn er steeds meer Nederlanders en Belgen die zich hier permanent vestigen. Met een breed pallet aan services richten wij ons met onze conciergerie op beide groepen en bedienen wij zowel de 2e huizenbezitters als degenen die zich hier permanent gevestigd hebben. Bijvoorbeeld door te bemiddelen op al die vlakken waar de Franse taal een barrière vormt. Of door als sleutelbeheerder een oogje in het zeil te houden als de eigenaar er zelf niet is, en het huis te controleren op schade na onweer, hagel , strenge vorst of zware storm. Maar ook zaken als het luchten of opwarmen van het huis voor aankomst , klein onderhoud, stookolie / gas / stookhout bestellen en ontvangen, post doorsturen naar Nederland, de eerste boodschappen in huis halen en de koelkast vullen, of de schoorsteen laten vegen, behoren straks tot ons dienstenpakket.

Ik vind het mooi om te zien hoe Henk met de commerciële kant van ons bedrijfsplan bezig is, hoe hij plannen maakt om onszelf bekend te maken in de regio. En hoe hij hier inmiddels ook al de eerste voorzichtige concrete stappen voor aan het zetten is. Ik merk dat dit hem energie geeft , dat het goed is voor zijn zelfbeeld en zijn zelfvertrouwen. En laat dat nou net een belangrijke reden zijn geweest om samen dit avontuur aan te gaan.

Een avontuur waarvan wij niet weten waar het ons uiteindelijk zal gaan brengen. We merken allebei dat het ons goed doet om hier te zijn. Het is vertrouwd en vreemd tegelijkertijd. Vertrouwd omdat we al 6,5 jaar iedere vakantie in dit huis hebben doorgebracht. Maar tegelijkertijd is het vreemd en voelt het onwennig. We namen eerder altijd de hectiek van Nederland met ons mee en hadden tijdens iedere vakantie een hele waslijst van dingen om ‘snel snel’ te doen. Maar ook ons werk namen we altijd mee, we hebben hier in de voorgaande jaren dan ook aardig wat uurtjes samen aan de keukentafel doorgebracht, ieder achter een laptop, turend naar het beeldscherm, of met een telefoon aan ons oor. Die druk is nu weg. Dat geeft rust, maar brengt tegelijkertijd ook een nieuw soort spanning, een nieuw soort onrust. Hier wonen is immers nog een nieuw en ongrijpbaar fenomeen. Als dit voor mij al lastig is, hoe moeilijk moet dat dan wel niet zijn voor Henk en zijn beschadigde brein.

Maar ook hier slaat hij zich, zoals bij alles wat hij doet, over het algemeen goed doorheen. Ook al wankelt hij soms, ook al voeren angst en spanning soms de boventoon, ook al is het bij vlagen zwaar en zoekt hij nog naar een nieuw evenwicht. Ik vind het dapper, stoer ook, dat Henk deze stap heeft durven, heeft kunnen, zetten. Een sprong in het diepe, op weg naar het onbekende, het onzekere tegemoet, terwijl voor Henk zekerheden en vastigheden juist zo belangrijk zijn geworden. Tegelijkertijd vind ik het ook best een beetje stoer, en dapper, van mijzelf. Ons credo is echter niet voor niets al ruim 12 jaar: “samen kunnen wij alles”. Dus ook deze stap kunnen wij samen aan. Ook al is het soms moeilijk, voor Henk, maar ook voor mij. Ook al worden pieken afgewisseld door soms diepe dalen.

Het roer is om, maar het pad oogt nog wat hobbeliger dan wij ons voorgesteld hadden. In ons enthousiasme, of noem het naïviteit, hebben we er iets te weinig rekening mee gehouden dat NAH als een wat sombere, mopperige, zwaarmoedige metgezel met ons mee zou reizen. In mijn hoofd wist ik dat onze altijd zo magische plek echt geen miraculeus recept tegen alle (on)zichtbare bijwerkingen van NAH zou zijn. Hoewel ik in mijn hart natuurlijk anders had gehoopt. Maar dat onze magische plek af en toe licht vertroebeld dreigt te raken door de met ons mee reizende NAH had ik me vooraf nooit kunnen bedenken. Toch is het zo, helaas. De wondere wereld die NAH ons bracht, blijft ons nog met regelmaat verwonderen. We zijn nog iets te vaak de tomtom en de oude vertrouwde wegenkaart “kwijt”, en het is voor ons allebei nog zoeken naar de beste weg op ons nieuwe, nog niet gebaande, levenspad. Zoeken naar het juiste evenwicht tussen prikkelrijk en prikkelarm. Zoeken naar de juiste rustpunten, in een dag, in een week, in een maand en in een jaar. Zoeken naar de juiste balans tussen actief zijn en rust nemen.

We hebben de afgelopen 1,5 jaar vaker een verandering van een eerder opgebouwde regelmaat, een vertrouwd geworden ritme, meegemaakt. En al die veranderingen brachten hun eigen gewenningsproces met zich mee. En net zoals al die keren hiervoor zullen we ook nu weer wennen aan alle veranderingen, zullen we ook nu weer een ritme vinden dat past bij Henk, zijn NAH, en bij mij. Ik realiseer me soms nog te weinig dat ik daarin een sleutelrol speel en dat ik nog wel eens te veel, te snel wil. Het grote verschil met de eerdere veranderingen is echter dat het nu voor mij ook allemaal nog zo nieuw is, dat ik zelf ook nog zoekende ben. Maar ook hier zal ik weer een weg in weten te vinden. Dat is mij eerder immers ook gelukt.

Hoewel het in onze eerste Franse weken soms dus kan voelen als koorddansen op een te hoog, te wiebelig koord, zonder voldoende valbescherming, voelt iedere dag hier tegelijkertijd ook als thuis zijn. In iedere blik op het mooie landschap om ons heen zit de juistheid van onze keuze verscholen. Ook in het feit dat Henk in de eerste weken hier opnieuw zichtbare vooruitgang heeft geboekt, dat er dagen zijn waarop hij geestelijk en emotioneel sterker is, blijer is, zie ik bevestiging dat het een juiste keuze is geweest om een sabbatical in Frankrijk te nemen. Deze momenten geven mij de kracht om door te gaan, ook (of juist) op de dagen waarop Henk het moeilijk heeft en veel somberder en verdrietiger is.

Het roer om

roer omIk heb vaak horen zeggen: “hersenletsel heb je niet alleen” maar kon me daar eigenlijk nooit iets bij voorstellen. Inmiddels weet ik beter…. Want niet alleen Henk moet leren leven in de wondere wereld van NAH. Ook ik moet hier een weg in zien te vinden. Ook ik moet leren leven met  veranderingen, veranderingen die  niet altijd zichtbaar zijn, maar die soms stiekem, soms abrupt, en soms heel geleidelijk, ons leven binnengeslopen zijn.  

Eén van de veranderingen die voor iedereen zichtbaar is, is dat ik stopte als HR Manager om primair partner en echtgenote te kunnen zijn (het woord “mantelzorger” blijf ik een naar woord vinden), om er voor Henk te kunnen zijn nu hij mij zo nodig heeft. Dit was weliswaar een bewuste keuze, maar ook één met een behoorlijke impact op mijn dagelijkse ritme, op wie ik ben, of eigenlijk op wie ik dacht te zijn. Een keuze die bevestigt dat het leven zoals ik dat kende vóór 3 december 2016 niet meer terug zal komen. Regelmatig wordt aan mij gevraagd of ik mijn werk niet heel erg mis. En hoe raar dat ook klinkt voor iedereen die mij een beetje kent (inclusief mijzelf), mijn antwoord is altijd een simpel en volmondig “nee”. Natuurlijk laat ik de 8 jaar vol ziel en zaligheid bij mijn laatste werkgever niet zomaar los, natuurlijk moest ik onthechten. Maar missen is een te groot woord. Ook zonder werk zijn mijn dagen vol. Ik ben bovendien bewust vrij snel mijn focus gaan verleggen door een opleiding tot rouw- en verliescounselor te gaan volgen.

Door de impact die Henk’s herseninfarct ook op mij had, ben ik het afgelopen jaar op zoek gegaan naar wat voor mij belangrijk is in het leven. Wat mij gelukkig maakt, als mens maar ook als professional. In mijn rol als HR Manager heb ik de laatste jaren meerdere reorganisaties moeten begeleiden, waardoor mijn zakelijke kant te veel overbelicht is geraakt. Door altijd maar zakelijk te moeten zijn, dreigden andere aspecten van mijn persoonlijkheid onder te sneeuwen. Aspecten die voor mij zelf heel erg belangrijk zijn en waar ik veel waarde aan hecht. Dat moest dus voortaan anders. Het HR vak is en blijft ‘mijn’ vak, daar liggen mijn wortels, daar ligt veel van mijn kennis, daar ligt een stukje van mijn hart. En daar wil ik in de toekomst ook zeker activiteiten in blijven ontplooien. Maar ik wil in mijn zakelijke leven bovenal op persoonlijk vlak iets voor anderen kunnen betekenen. Met mijn ervaringen van de afgelopen 1,5 jaar als basis, wil ik mensen gaan ondersteunen die met een verlies te maken krijgen, die door een verdrietige periode gaan, of die net als ik te maken krijgen met de wondere wereld van NAH.

De opleiding tot rouw- en verliescounselor vormt daarbij, samen met alle kennis en ervaring die ik in mijn eerdere HR rollen heb opgedaan, een zeer solide fundament om in het najaar een praktijk als (online) rouw- en verliescoach te kunnen starten. Een luisterend oor te bieden aan wie dit gebruiken kan, een schouder, maar ook praktische tips. Vanuit de basis van mindfulness te leren meer in het nu te leven, met aandacht voor alles wat er nu is. Aandacht voor fijne dingen, maar ook voor dat wat verdrietig of boos maakt. Allemaal online, via Skype, telefoon, whatsapp, en/of e-mail, of “thuis aan de keukentafel”, zodat ik ook als ik aan het werk ben bij Henk in de buurt kan blijven, ik er de deur niet voor uit hoef.

Ik ben heel benieuwd waar dit pad mij gaat brengen, en nieuwsgierig naar de verhalen en ervaringen die ik van mijn toekomstige cliënten zal gaan horen. Ik vind het spannend om iets te gaan doen wat zo van mijzelf is, wat zo dicht bij mijzelf staat. Waarin ik niet alleen mijn kracht, maar ook mijn kwetsbaarheid kan laten zien. Waar ik facetten van mijzelf in kwijt kan die voor mij belangrijk zijn. Waar mijn eigen stem gaat klinken. En ik voel niet voor niets een enorme drive om dit tot een succes te maken.

Iemand vroeg mij laatst of deze ommezwaai in mijn leven niet als een opoffering voelde. Ik hoefde geen seconde na te denken over mijn antwoord. Want nee, dit voelt absoluut niet als een opoffering. De spontane reactie “dan moet je wel heel erg veel van Henk houden” ontroerde mij. Want dat doe ik inderdaad. En ik vind het mooi dat dat gezien werd.  Het is voor mij absoluut geen straf om mijn leven op Henk af te stemmen, bij Henk in de buurt te zijn, integendeel zelfs! Ik bracht mijn tijd altijd al heel graag samen met hem door. Dat gevoel is op 3 december 2016 alleen maar versterkt.

Henk’s NAH heeft mij (ons) niet alleen op zakelijk vlak wakker geschud. Ook op persoonlijk vlak is het een wake-up call geworden. Sinds wij in januari 2012 een huis in Frankrijk hebben kunnen kopen, dromen wij over een langer verblijf in de mooie Auvergne. Een droom die lang een droom leek te blijven, allerlei emotionele, morele en zakelijke verplichtingen hielden ons namelijk in Nederland. En steeds opnieuw vonden wij een reden om toch maar niet onze droom achterna te gaan, toch “gewoon” in Nederland te blijven. Henk’s herseninfarct bracht het besef dat dromen er niet alleen maar zijn om gedroomd te worden. Het besef ook dat er altijd wel een reden gevonden kon worden om iets niet te doen, om uit te blijven stellen. Maar ook het besef dat de tijd ondanks alle extra uitdagingen in ons leven juist nu misschien wel rijp was om de stoute schoenen aan te trekken. Uiteraard ging dit gepaard met het nodige denk- en piekerwerk om de haalbaarheid van onze droom serieus te onderzoeken. Al snel bleek dat Henk’s NAH voor ons geen struikelblok hoefde te zijn, maar het werd wel degelijk een breinbreker. Was het wel slim of verstandig om deze stap te gaan zetten? Kan Henk zonder fysio? Zonder zijn vrijwilligerswerk? Zouden we het aankunnen? Vragen, vragen, vragen….

En toch…. Toen het zaadje eenmaal was geplant, konden alle vragen en tegenwerpingen het zaadje er niet meer van weerhouden om te gaan groeien en te blijven groeien. Want juist wij wisten als geen ander dat het leven niet maakbaar is. Dat dromen er niet zijn om alleen maar gedroomd te worden. Dat je niet tot morgen uit moet stellen wat je vandaag al kunt doen. Maar toch…. Emigreren is wel heel definitief.

En toen stelden Henk en ik onszelf al pratend, denkend en filosoferend begin april de vraag “en als we nu eerst eens een sabbatical nemen?”. Daarmee zouden we kunnen ervaren hoe het zou zijn om in Frankrijk te wonen, te ondernemen en te leven. Zouden we onszelf de tijd gunnen om te acclimatiseren, te wennen. En we zouden de administratieve rompslomp die hoort bij een emigratie nog even voor ons uit kunnen schuiven, de tijd kunnen nemen om ook dit goed te organiseren en te regelen. Vanaf dat moment ging het ineens heel snel.

Op 18 juni stond de verhuizer op de stoep, niet voor niets kozen wij voor deze dag, heel symbolisch, de datum van onze trouwdag. En op vrijdag 29 juni vertrokken wij naar Frankrijk. Daar ga ik eerst mijn opleiding afronden om in het najaar als (online) rouw- en verliescoach te kunnen starten. Daarnaast willen Henk en ik hier lokaal ook samen een bedrijfje opzetten, samen ondernemen, samen een “conciergerie” opzetten. Ook dat is spannend. Maar daarover in een volgende blog meer. Verder blijft er in en om het huis genoeg te klussen en te doen. En uiteraard blijven we sporten, fietsen en bewegen, bouwen we samen verder op de basis die door de fysio en tijdens de wekelijkse personal training met Bart is gelegd. En daarmee blijven we ook samen continu werken aan en knokken voor verder herstel.