Botsende emoties

Nog niet eerder liepen onze emoties zo uit de pas. Waar Henk in volle vaart naar Spijkenisse rent, hang ik achter de kar met mijn hakken in het zand uit alle macht te proberen de tijd stil te zetten, of op zijn minst flink te vertragen. In mijn hoofd tel ik continu de nog resterende dagen tot ons vertrek. Nog “maar” 22 dagen en dan is het 30 juli, de dag waarop wij een nieuwe toekomst tegemoet zullen rijden. Ik ben zo bezig met dit afscheid dat ik finaal vergeet om volop te genieten van al het moois dat nu nog dagelijks om mij heen is.

Het valt me zwaarder dan verwacht om onze droom los te moeten laten. Het vergt kracht (en behoorlijk wat tranen) om het toekomstbeeld waar ik al die jaren naar toe geleefd heb van mijn netvlies te boenen. Ooit zouden wij samen in Frankrijk gaan wonen. We zouden er samen oud worden en simpelweg gelukkig zijn. We hebben hier samen 6,5 jaar over gedroomd, over gefantaseerd, over gesproken, over gezwijmeld. Ik hoefde nooit na te denken wat Henk en ik later – als we groot zouden zijn – zouden doen. Ik zag ons al helemaal zitten. In de zomer heerlijk buiten. In de winter knus bij de houtkachel.

We hebben een jaar lang in onze droomwereld geleefd, maar helaas kon de werkelijkheid niet tippen aan de fantasieën die wij hier al die jaren over hadden. Ieder bezoek aan Nederland maakte de zwarte randjes duidelijker zichtbaar, en voelbaar. En stukje bij beetje viel onze droom steeds meer in duigen. Ik struikel nu dagelijks over de scherven. Ik probeer te zien wat ik heb en vooral ook houd, maar mijn gedachten cirkelen vooral rondjes om wat ik hier straks achter ga laten. Dromen, een toekomst. En in mindere mate de fysieke stenen van onze fijne plek, hoewel ook die al wel een traantje hebben laten rollen. Onze fijne plek kan ik echter meenemen, in foto’s, in herinneringen, in beelden op mijn netvlies. Maar onze droom moet ik hier loslaten, achterlaten en begraven.

Diep van binnen weet ik dat teruggaan de enige juiste keuze is. Mijn hoofd vertelt me dat we in Nederland gelukkig zullen zijn, dat we samen nieuwe dromen zullen maken. En ik weet ook dat we daar kansen en mogelijkheden kunnen benutten die Frankrijk ons niet kan bieden. Maar vooralsnog overheerst het verdriet van loslaten en toekomstig gemis. Henk en ik lopen hierdoor even niet synchroon. Zijn thuis is al in Nederland, maar het mijne staat nog hier in Frankrijk.

Af en toe geef ik toe aan mijn verdriet en laat ik de tranen komen. Dan loop ik even naar buiten en leg ik geuren, beelden en geluiden stevig op mijn netvlies vast. Soms pak ik mijn camera om nog maar zoveel mogelijk tastbare herinneringen te maken. Alsof ik huis en omgeving in al die jaren niet al ontelbare malen op beeld heb vastgelegd. En in de tussentijd probeer ik mijn optimistische zelf te blijven door vooral naar de positieve kanten van een terugkeer naar Nederland te kijken.

Mijn ouders die straks weer “om de hoek” wonen, net als Sanne en Niels. Schoonmama waar we weer eens spontaan op de koffie kunnen gaan. Vriendinnen die net als ik staan te trappelen om gezellig af te spreken en ouderwets bij te kletsen. Ik zie nieuwe mogelijkheden om aan te boren voor de verliescoach en kansen om mijn oude HR vak parttime op te pakken. Maar ook dingen als winkels om de hoek, de fysio voor Henk binnen handbereik en niet meer 40 minuten hoeven rijden naar de sportschool.

Henk en ik zullen straks in Spijkenisse weer heel snel synchroon leren lopen. Maar nu lopen we nog even uit de pas. Henk kan niet wachten tot het 1 augustus is en steekt zijn ongeduld hierover niet onder stoelen of banken. Ook ik tel de dagen af, maar bij mij overheerst de gedachte “nog maar 22 dagen tot 30 juli”. Alsof het nu al een afscheid “voor altijd” is. Alsof we niet nog een keertje terug zullen komen naar ons eigen huis. Of hier straks, later, ooit, op vakantie zullen gaan in een gîte of chambre d’hôte. Om herinneringen te laten herleven, om nieuwe herinneringen te maken en om lieve en dierbare vrienden te bezoeken.

“Partir c’est mourir un peu”

Terug naar de basis

Ergens in onze eerste jaren samen, misschien zelfs wel tijdens onze eerste vakantie in Frankrijk in 2007, hebben wij een zaadje geplant. Een zaadje dat in 2010 op de terugweg vanuit de Auvergne tijdens een tussenstop bij Josje in de Morvan wortels kreeg. Het jaar daarop gingen wij tijdens onze vakanties op huizenjacht en in januari 2012 werden wij eigenaar van “onze fijne plek” in de Auvergne. De jaren die volgden droomden we volop van een leven op deze plek waar wij allebei zo gelukkig waren. Een droom die in december 2016 ruw verstoord leek te worden door het herseninfarct van Henk.

Maar Henk herstelde beter dan verwacht, en naarmate zijn herstel vorderde, begon ook onze droom weer te kriebelen. In 2018 besloten we “het” gewoon te gaan doen en niet langer te wachten. Wij wisten immers als geen ander dat een droom ineens in duigen kon liggen. En, zoals de Fransen zo mooi zeggen: il vaut mieux avoir des remords que des regrets. En dus begonnen wij ergens in maart/april vorig jaar vol optimisme en plannen met de voorbereidingen voor een vertrek naar Frankrijk.

Op 18 juni – onze 5e trouwdag – reden wij voor de verhuiswagen uit naar Frankrijk toe. Op 29 juni deden wij voor het laatst de deur in Barendrecht achter ons dicht. Onder de noemer “sabbatical” gingen wij het avontuur, en onze droom, tegemoet. Eerst maar eens een jaar Frankrijk beleven, daarna zouden we wel verder zien. Dat vertelden we tegen iedereen die het wilde horen. Diep van binnen hoopten wij echter allebei dat er na dat eerste jaar nog vele gelukkige, mooie jaren in Frankrijk zouden volgen. We wisten dat het niet altijd makkelijk zou zijn. Maar onze droom verdiende het om geleefd te worden.

Nu, bijna een jaar en veel geknok later, hebben we moeten concluderen dat het wonen in een ander land – ook al ken je de omgeving op je duimpje en breng je er al ruim 7 jaar al je vakanties door – en (onzichtbaar) hersenletsel geen gelukkig huwelijk vormen. De eerste haarscheurtjes werden eigenlijk al in september vorig jaar zichtbaar, ook al wilde ik dat toen nog niet zien. Half februari van dit jaar, tijdens onze eerste week van familie- en vriendenbezoek in Nederland, werden mijn ogen steeds meer geopend. Maar nog wilde ik het onvermijdelijke eigenlijk liever niet zien.

Henk gedijt veel beter in de Rotterdamse klei dan in de lieflijke heuvels van de Franse regio die wij voor altijd in ons hart gesloten hebben. In de weken die volgden werd zijn heimwee steeds zichtbaarder. Heimwee naar de stad, naar de Rotterdamse mentaliteit, naar de omgeving die hem vertrouwd en bekend is.

Daarna ging het snel. Funda werd  één van onze meest bezochte websites. Ook deze huizenjacht bracht ons naar een groot aantal huizen. En weer werden de meesten direct door ons afgekeurd. Te veel “andermans ellende”, duidelijk zichtbare houtrot, keukens en badkamers die van ellende uit elkaar vielen, een huis dat te vies was voor woorden, een ander lag recht tegenover een school. Tot we op een zonnige vrijdagmiddag voor dat ene huis in Spijkenisse stonden. Ik zag een bekende blik in Henk’s ogen verschijnen, een blik die ik bijna 8 jaar geleden hier in Frankrijk ook zag. En ook ik had iets van “dit zou best eens iets kunnen zijn”.  Ook dit keer was het Henk die heel gedecideerd was. “Hier wil ik wonen, El”. Ook dit keer had ik wat meer tijd nodig om het voor me te zien. Want tja, Spijkenisse??? Dat had ik vooraf echt nooit kunnen bedenken. Rotterdam was ooit, lang geleden, een hele bewuste keus. Net als de Auvergne dat ooit ook was. Maar Spijkenisse?

En toch…. zal dat onze nieuwe woonplaats gaan worden. We hebben er, voor zover dat kan in de overspannen huizenmarkt van tegenwoordig, veel over gepraat en lang en goed over nagedacht. Voor Henk was het besluit al in die eerste blik op de woning gevallen. Bij mij duurde het wat langer, maar nu we zo’n 3,5 week verder zijn, begint het ook bij mij te landen en ga ik voorzichtig wennen aan het idee.

Op 1 augustus krijgen we de sleutel en met een beetje mazzel staan de verhuizers al een paar dagen later op de stoep. De komende weken wacht ons een nieuwe ronde van uitzoeken, inpakken, verhuizen en weer uitpakken. En van veel, heel veel, dingen regelen.

Ik ga straks met enorm veel verdriet afscheid nemen van onze fijne plek waar ik zo gelukkig was en waar zoveel mooie herinneringen liggen. Herinneringen die niemand mij meer af kan nemen. Een stukje van mijn hart blijft altijd hier. Een stukje van deze fijne plek heb ik voor altijd in mijn hart gesloten. Ik hoop dat ik er ooit, zonder tranen, zonder pijn en zonder verdriet, maar met een brede glimlach van geluk aan terug kan denken. Wij gaan namelijk niet alleen terug naar Nederland, maar ook definitief afscheid nemen van ons stukje Frankrijk en zoeken inmiddels een koper voor ons mooie huis.

Langzaam komen ook de plannen voor straks, als we terug zijn in Nederland. Ik ga natuurlijk door met de verliescoach. Ik heb in de eerste 4,5 maand dat de verliescoach nu “live” is al een trouwe schare lezers en volgers verzameld. Het opzetten van een coachingspraktijk vraagt echter om geduld en tijd. Beiden heb ik in voldoende mate. ik heb diverse plannen en ideeën om het aanbod van de verliescoach in het najaar verder te verbreden en ik heb het volste vertrouwen dat ik de verliescoach binnen een aantal jaar tot een succesvolle praktijk uit zal kunnen bouwen. Tot het zover is, hoop ik naast de verliescoach nog een aantal mooie (parttime) HR interim klussen te mogen gaan doen.

Ook Henk heeft diverse plannen voor de toekomst, waarin werken aan verder herstel, wekelijkse sessies fysiotherapie, fasciatherapie bij Lars in Limburg, frequent sporten en (vrijwilligers)werk de hoofdrol spelen. Ik eindig dit blog dan ook graag met een inmiddels gevleugelde uitspraak van Henk: “de vakantie heeft nu wel lang genoeg geduurd, El”.