Schuldgevoel

Op Oudjaarsavond ging Henk ‘gewoon’ op zijn gebruikelijke tijdstip (rond 19 uur) naar bed. Hij had nog even overwogen om tot middernacht wakker te blijven. Maar hij realiseerde zich al snel dat dat een kansloze missie zou worden, die alleen maar tot teleurstelling zou leiden. Bij hem, en ook bij mij. Plof ging met Henk mee naar boven en zo zat ik op Oudjaarsavond alleen op de bank.

Ik ben daar na 8 jaar wondere wereld inmiddels wel aan gewend. Maar op 31 december voelt het dan toch ineens anders… Ook als er in de dagen voor de 31e naar onze plannen voor Oud en Nieuw gevraagd wordt, voelt het anders. Zeker als ik mijzelf op die vraag hoor antwoorden dat wij samen thuis zijn en Henk waarschijnlijk “gewoon” op tijd naar bed zal gaan. Het kleine inkijkje dat ik daarmee in ons leven geef, raakt mij en zegt misschien wel meer dan ik had willen zeggen.

Ik wil Henk met mijn woorden namelijk niet te kort doen. Maar voor mij voelt het op dat moment alsof ik dat wel doe. Ik wil dat de buitenwereld hem voor vol aan ziet. Ook als ‘men’ weet dat hij als volwassen man iedere avond vroeg moet gaan slapen om het dagelijks leven vol te houden. En om al de prikkels te verwerken die overdag in zijn hoofd een monster file zijn gaan vormen.

En hoewel zijn vroege bedtijd in onze wondere wereld inmiddels heel gewoon is geworden, is het voor mij natuurlijk lang niet altijd leuk. Zeker op Oudjaarsavond niet. Iets wat de buitenwereld misschien ook wel denkt, of, erger nog, over oordeelt. Iets wat de buitenwereld alleen maar weet door mijn antwoord op een in deze tijd van het jaar heel gebruikelijke vraag. En zo begint er, voor ik het weet, een zaadje schuldgevoel te ontkiemen.

Henk valt op Oudjaarsavond al vrij snel in slaap, maar wordt om middernacht wakker van de vele, harde, vuurwerkknallen. Het duurt lang voor hij weer in slaap valt. Zelf hoor ik de knallen ook, maar weet er toch een soort van doorheen te slapen. Ik word de volgende ochtend redelijk uitgerust wakker. Voor Henk is dat helaas anders.

Hij is de hele eerste dag van het nieuwe jaar uit zijn ritme. Henk is gammel, slaperig en overprikkeld. Het lukt hem ’s ochtends desondanks niet om op de bank in slaap te vallen. Er zwerven veel te veel gedachten en spoken door zijn hoofd. Na een late lunch valt hij alsnog in slaap. Ik doe zachtjes om hem niet wakker te maken. Ineens gaat echter mijn telefoon en zit Henk van schrik rechtop overeind op de bank.

Hij werd zo bruut uit een diepe slaap gewekt, dat hij er van bij moet komen. Al snel wordt duidelijk dat slapen hem dit keer meer kwaad dan goed heeft gedaan. Ik kijk het een paar minuutjes aan en vraag hem dan, voorzichtig, of hij nog in staat is om naar mijn ouders te gaan. Pap en mam hechten aan tradities en rekenen op deze eerste dag van 2025 op onze komst. Henk weet dit ook en kijkt mij even vragend aan. Die blik zegt mij al genoeg. “Zal ik mijn ouders bellen?” vraag ik. “Graag” zegt Henk.

Ik pak mijn telefoon en loop de kamer uit. Een lastige boodschap breng ik namelijk liever als ik alleen ben. Mijn lieve moeder slikt haar teleurstelling weg en zegt dat ze het begrijpt. Ik slik met haar mee en weet hoe moeilijk dit voor haar is. Ik doorbreek een traditie, en nu moet ze haar enige kind en haar zo geliefde schoonzoon missen op dit voor haar zo belangrijke moment.

Een tweede zaadje schuldgevoel schiet inmiddels wortel. En ik weet dat er in 2025 ongetwijfeld nog veel meer zaadjes zullen volgen… Het eeuwige dilemma tussen wat goed is voor Henk, wat goed is voor mij én wat goed is voor de ander. Een dilemma waarbij mijn keuzes ook in 2025 tot teleurstelling kunnen leiden, bij mij of bij de ander. In onze wondere wereld van NAH is dat helaas een ‘fact of life’.