Stil verdriet of klein geluk?

In dit hoekje op het wereldwijde web laat ik mijzelf meestal van mijn meest positieve kant zien. Dat doe ik niet om ‘mooi weer’ te spelen of een Instagram-waardig plaatje van ons leven te laten zien. Ik zit van nature zo in elkaar en bekijk de wereld met een zonnige blik. Ik zoek naar de mooie kanten van een verhaal, focus graag op klein geluk en houd de “blije dingen” zo lang mogelijk vast. Maar natuurlijk bestaat ons leven lang niet altijd uit zonneschijn. Zeker sinds NAH onze trouwe metgezel werd, doemen er vaker dan mij lief is donkere wolken aan de horizon op.

Hoeveel klein geluk ik ook zie, hoe blij ik me over het algemeen ook voel, hoe gelukkig ik ben met alles wat we samen delen, samen doen en waar we samen van genieten, ik kan mijn ogen lang niet altijd sluiten voor het verdriet, het verlies en de oh zo rauwe rouw.

Alleen schrijf ik daar niet zo vaak over. Vandaag besloot ik om daar voor een keer verandering in te brengen. Want ook dit is de wondere wereld van NAH. Ook dit is onderdeel van het verhaal. En ook dit mag het daglicht zien.

Rouw bestaat voor mij uit:
Het gemis van wat ooit was, wat nooit meer zal zijn, alle dromen die geen werkelijkheid worden.
Het verdriet om Henk’s verlies, om zijn verdriet, om zijn pijn. Het verdriet om hem te zien tobben, te zien worstelen met een lichaam dat zelfs na ruim 8 jaar nog niet als het zijne voelt. Het verdriet om zijn onmacht, mijn eigen onmacht, zijn en mijn frustratie.
De letterlijke én de mentale eenzaamheid.
Het continue zorgen maken om Henk, op zo ontelbaar veel vlakken.
Al die ballen en er nooit eens eentje kunnen laten vallen, zelfs niet even op de grond neer kunnen leggen.
Al die beslissingen die ik moet nemen, alle keuzes die ik moet maken. Elke dag opnieuw komen dingen op mijn schouders terecht.
Het niet even op iemand kunnen leunen als het mij tegenzit, als ik moe ben, of als alles mij simpelweg even te veel wordt.

Deze rouw is er altijd, als een rode draad, overal, waar ik ook ga, wat ik ook doe, met wie ik ook ben.

Het heeft mij gevormd en maakt mij bij vlagen enorm kwetsbaar. Ook mis ik soms het zorgeloze in mijzelf. Tegelijk heeft het mij geleerd wat onvoorwaardelijke liefde is. Het heeft mij sterker gemaakt, krachtiger ook, en weerbaarder, flexibeler en in sommige opzichten zachter. Er is een soort oerkracht in mij losgemaakt. Ik ben er door gegroeid, als mens, als HR vakvrouw. En ook dat ervaar ik als klein, of misschien zelfs wel groot, geluk. Ik ben nog steeds dezelfde ik, maar volg een iets ander spoor dan ik zonder NAH gedaan zou hebben.

Misschien volg ook jij een ander spoor dan verwacht, ervaar ook jij de rauwheid van rouw, de diepte van het gemis, de golven van het verdriet. Misschien herken jij je in mijn woorden. Dan hoop ik dat ook jij jouw kleine geluk hebt leren vinden. Dat het jou net als mij omarmt als je een arm nodig hebt, troost als je een schouder zoekt om op uit te huilen. Dat het je leven kleur geeft, je helpt om de stormen te doorstaan, en om na de regen de zon weer te zien schijnen.

Botsende emoties

Nog niet eerder liepen onze emoties zo uit de pas. Waar Henk in volle vaart naar Spijkenisse rent, hang ik achter de kar met mijn hakken in het zand uit alle macht te proberen de tijd stil te zetten, of op zijn minst flink te vertragen. In mijn hoofd tel ik continu de nog resterende dagen tot ons vertrek. Nog “maar” 22 dagen en dan is het 30 juli, de dag waarop wij een nieuwe toekomst tegemoet zullen rijden. Ik ben zo bezig met dit afscheid dat ik finaal vergeet om volop te genieten van al het moois dat nu nog dagelijks om mij heen is.

Het valt me zwaarder dan verwacht om onze droom los te moeten laten. Het vergt kracht (en behoorlijk wat tranen) om het toekomstbeeld waar ik al die jaren naar toe geleefd heb van mijn netvlies te boenen. Ooit zouden wij samen in Frankrijk gaan wonen. We zouden er samen oud worden en simpelweg gelukkig zijn. We hebben hier samen 6,5 jaar over gedroomd, over gefantaseerd, over gesproken, over gezwijmeld. Ik hoefde nooit na te denken wat Henk en ik later – als we groot zouden zijn – zouden doen. Ik zag ons al helemaal zitten. In de zomer heerlijk buiten. In de winter knus bij de houtkachel.

We hebben een jaar lang in onze droomwereld geleefd, maar helaas kon de werkelijkheid niet tippen aan de fantasieën die wij hier al die jaren over hadden. Ieder bezoek aan Nederland maakte de zwarte randjes duidelijker zichtbaar, en voelbaar. En stukje bij beetje viel onze droom steeds meer in duigen. Ik struikel nu dagelijks over de scherven. Ik probeer te zien wat ik heb en vooral ook houd, maar mijn gedachten cirkelen vooral rondjes om wat ik hier straks achter ga laten. Dromen, een toekomst. En in mindere mate de fysieke stenen van onze fijne plek, hoewel ook die al wel een traantje hebben laten rollen. Onze fijne plek kan ik echter meenemen, in foto’s, in herinneringen, in beelden op mijn netvlies. Maar onze droom moet ik hier loslaten, achterlaten en begraven.

Diep van binnen weet ik dat teruggaan de enige juiste keuze is. Mijn hoofd vertelt me dat we in Nederland gelukkig zullen zijn, dat we samen nieuwe dromen zullen maken. En ik weet ook dat we daar kansen en mogelijkheden kunnen benutten die Frankrijk ons niet kan bieden. Maar vooralsnog overheerst het verdriet van loslaten en toekomstig gemis. Henk en ik lopen hierdoor even niet synchroon. Zijn thuis is al in Nederland, maar het mijne staat nog hier in Frankrijk.

Af en toe geef ik toe aan mijn verdriet en laat ik de tranen komen. Dan loop ik even naar buiten en leg ik geuren, beelden en geluiden stevig op mijn netvlies vast. Soms pak ik mijn camera om nog maar zoveel mogelijk tastbare herinneringen te maken. Alsof ik huis en omgeving in al die jaren niet al ontelbare malen op beeld heb vastgelegd. En in de tussentijd probeer ik mijn optimistische zelf te blijven door vooral naar de positieve kanten van een terugkeer naar Nederland te kijken.

Mijn ouders die straks weer “om de hoek” wonen, net als Sanne en Niels. Schoonmama waar we weer eens spontaan op de koffie kunnen gaan. Vriendinnen die net als ik staan te trappelen om gezellig af te spreken en ouderwets bij te kletsen. Ik zie nieuwe mogelijkheden om aan te boren voor de verliescoach en kansen om mijn oude HR vak parttime op te pakken. Maar ook dingen als winkels om de hoek, de fysio voor Henk binnen handbereik en niet meer 40 minuten hoeven rijden naar de sportschool.

Henk en ik zullen straks in Spijkenisse weer heel snel synchroon leren lopen. Maar nu lopen we nog even uit de pas. Henk kan niet wachten tot het 1 augustus is en steekt zijn ongeduld hierover niet onder stoelen of banken. Ook ik tel de dagen af, maar bij mij overheerst de gedachte “nog maar 22 dagen tot 30 juli”. Alsof het nu al een afscheid “voor altijd” is. Alsof we niet nog een keertje terug zullen komen naar ons eigen huis. Of hier straks, later, ooit, op vakantie zullen gaan in een gîte of chambre d’hôte. Om herinneringen te laten herleven, om nieuwe herinneringen te maken en om lieve en dierbare vrienden te bezoeken.

“Partir c’est mourir un peu”

Voorbereidingen op een nieuwe start

Terwijl Frankrijk geteisterd wordt door een hittegolf van ongekend formaat, de kranten bol staan van de superlatieven, en het ene na het andere historische (hitte)record sneuvelt, gaan wij gestaag door met het voorbereiden van onze nieuwe start. Nog een maandje doorbijten (voor Henk) en emoties wegslikken (voor mij) en dan zit ons Franse avontuur er na 13 maanden op.

Gelukkig hebben we het afgelopen jaar om diverse redenen lang niet alle verhuisdozen uitgepakt. Deze kunnen – voorzien van een nieuw labeltje – in de laatste week van juli zo weer de verhuiswagen in. In gedachten heb ik de inhoud van onze Franse kasten inmiddels ook al 10 keer ingepakt. Nu nog de moed en de energie verzamelen om hier daadwerkelijk mee te gaan beginnen. Ach…. ik heb nog een paar weken de tijd en gun mijzelf daarom nog even de luxe van uitstelgedrag.

Ons huis staat inmiddels met gemengde gevoelens “in de etalage”. Ik heb meer moeite met afscheid nemen dan Henk en kan me er daarom ook nog niet toe zetten om de links naar de advertenties van de makelaars – op Social Media – te delen. Heel gek. Aan de ene kant hoop ik dat de potentiële koper morgen voor de deur staat. En als dat zo is, zal ik hem of haar met open armen en veel enthousiasme verwelkomen. Aan de andere kant hoop ik dat hij of zij er nog even over doet om de weg naar ons huis te vinden. Hoezo struisvogelpolitiek? Ik weet dat het onvermijdelijk is. Ik weet ook dat het goed is zo. Alleen mijn gevoel vertelt mij nog iets anders.

En toch wordt ons naderende vertrek op diverse plekken in huis al een beetje zichtbaar. Gereedschappen als betonmolen en houtkloofmachine hebben inmiddels een weg naar een nieuwe eigenaar gevonden en laten lege plekken in ons pand achter.

En ondertussen staan de voorbereidingen voor een nieuw leven in Nederland natuurlijk ook niet stil. De verhuisdatum is definitief gepland en we verdiepen ons in zaken als woonhuisverzekeringen en internet- en energiecontracten. We weten inmiddels welke stappen we straks moeten zetten om de Audi weer een Nederlands kenteken te geven. We oriënteren ons op sportscholen, huisartsen en fysiotherapeuten. Ik ben begonnen om mijn netwerk te informeren over mijn beschikbaarheid voor (interim) HR opdrachten. En er borrelen langzaamaan ook steeds meer nieuwe ideeën op de verliescoach.

De concrete regelzaken die de komende 1,5 maand op de planning staan, geven voor nu houvast en leiden mijn gedachten af van het afscheid dat onafwendbaar is en steeds dichterbij komt. Ik weet met mijn hoofd dat we de juiste keuze gemaakt hebben. Maar ik weet ook dat ik nog vaak met weemoed terug zal denken aan “onze fijne plek”. Het doet pijn om onze droom na jaren van fantaseren en plannen maken los te moeten laten. Het maakt me verdrietig dat de werkelijkheid nooit aan onze dagdromen heeft kunnen tippen.

Onze toekomst strekt zich nog als een blanco hoofdstuk voor ons uit. Alles is mogelijk. Alles kan. Ik ben vol vertrouwen dat de bladzijden zich snel genoeg zullen gaan vullen. Samen kunnen we immers nieuwe dromen dromen. Samen kunnen we er in Nederland iets moois van maken en stap voor stap aan onze toekomst bouwen. De eerste bouwstenen hiervoor liggen in Spijkenisse al op ons te wachten.